Droites, Noordwand (Frankrijk) - Team Wilco Van Rooijen

Droites, Noordwanddec 1994

DANK U WEL SINTERKLAASJE
Een beklimming die bijna enkel nog buiten het zomerseizoen wordt gemaakt. Zelfs begin december
is wat vroeg. De klassieke directe noordwand op de Droites van Cornuau en Davaille….
Slechte bivak- plaatsen, moeilijk af te zekeren terrein en een continue hoge alpine moeilijkheid (ED-)
Een wand waarin overbehaaktheid nooit voor zal komen, simpelweg daar het terrein dat niet toelaat.
Terwijl Nederland de pakjes uit de zak van de Sint vist zitten Cas van de Gevel en Wilco van Rooijen in een onmogelijk bivak op 300 meter van de top.

Het is eind augustus 1994. “Crazy……. totaly crazy… “. De Wirt van de Argentiere hut kijkt ons
koeltjes aan: “Of we levensmoe zijn” ? Luister zegt hij: Ik zit honderd dagen per jaar op die hut hier
en van die honderd dagen is die noordwand zestig dagen niet te doen. Dit is één van die zestig dagen dus jullie kunnen beter gelijk weer weg gaan. Om zijn woorden nog wat kracht bij te zetten wil hij een weddenschap afsluiten. Hij durft een hoog bedrag in zetten op het feit dat we niet boven zullen komen. Die nacht vertrekken we… Wat was ik blij dat we niet gegokt hadden

In november keren we terug. Maar na éen dag zijn we weer thuis. Ik voel me zelf net een trucker. We rijden een hele nacht om erachter te komen dat het weer veels te slecht is om wat te doen in de alpen. De volgende nacht zitten we weer in de auto terug naar huis. Dan begin december ons derde plan voor de noordwand van de Droites. Een nieuwe actie met als hoofddoel de directe noordwand met als toevallig meenemertje het missen van Sinterklaasavond.

Het is rustig in Chamonix. Nog nauwelijks toerisme en de meeste dorpelingen houden zich bezig met de voorbereidingen van het winterseizoen. Voor ons een tegenvaller want om bij de Argentieregletsjer te komen kunnen we geen gebruik maken van het baantje wat omhoog gaat naar Lognan op 2000 meter. Lopen dus. We gaan niet naar de Argentierehut. We slepen de tent mee zodat we dichter bij de “einstieg” kunnen gaan staan. Het nadeel is wel dat we aan de andere zijde van de berg afdalen zodat we de tent later zullen moeten ophalen.

De aanloop valt tegen. Beneden in het dal was nauwelijks iets te merken van sneeuw. Hierboven ligt echter al volop. De route naar de “einstieg” is in de winter anders dan in de zomer. Maar met wat gezoek op de spletenrijke Argentieregletsjer vinden we een goede plek vlakbij een knoepert van een kei zodat we de tent later gemakkelijk terug kunnen vinden. We zitten op 2750 meter en hebben goed zicht op de wand. Het ziet er niet zo geruststellend uit. We hadden meer sneeuw in de wand verwacht..Vooral het onderste gedeelte ziet er uitgeapert uit. Het bovenste gedeelte toont ook niet als een lekker toetje. En toch… De wand is mooi, indrukwekkend en nog iets wat veel alpinisten zo belangrijk vindende: de lijn naar de top is mooi… Iets waarvan een klimmer kippenvel kan krijgen. Niet alleen de top maar het gaat hem juist om de route naar de top.

Het Argentièredal heeft iets wat iedere klimmer fascineert. Zeker nu met de winterse aanblik van de grote

alpenwanden. De stilte maakt indruk op je. Je wordt er zelf stil van. Je krijgt een soort innerlijke rust. In dit dal

liggen de noordwanden van de Aig. du Verte, de Droites, de Courtes en van de Triolet. Allemaal wanden met

een hoogte van om en nabij de 1000 meter, die beruchtheid genieten bij veel alpinisten. De klassieke

noordwand van de Droites werd pas laat geklommen. In 1955… Dat zegt al genoeg. Hoe later hoe moeilijker. En

inderdaad de wand staat bekend om zijn continue hoge alpine moeilijkheid. Maar ook op de Droites werden veel

nieuwe varianten geopend. In de zeventiger jaren schoten ze als paddestoelen uit de grond. Op de noordoost

wand bijvoorbeeld de Berglandpijler en op de directe noordwand routes de “Voie Jackson”, “Happy Birthday” van

Simon Slavik en natuurlijk een Messner variant.

Wilco en ik komen hier voor de klassieke directe noordwand. De route van Cornuau en Davaille. Zij begonnen hun klim op 5 september 1955 en stonden 10 september op de oostelijke top van de Droites. Een knappe prestatie. Vooral de vijf bivaknachten in de wand. Want iedere beschrijving heeft het erover … Er zijn nergens goede bivak plaatsen te vinden. Heb je geluk dan vindt je een richel en anders hak je er zelf maar eentje. De nacht hang je maar uit in je zelfzekering.

Die laatste nacht voor de klim slapen we slecht. We schrijven het toe aan de koude. Toch speelt ook zeker de spanning voor de klim een grote rol. Niet te geloven. We weten ons toch nog te verslapen. We ontwaken om 04.50 uur en rond half acht staan we buiten de tent gereed voor vertrek. De spanning is te snijden tijdens de aanloop. Ik merk bij mezelf wat twijfel. Het onbekende… De slechte ijscondities… Ook Wilco is gespannen. We praten niet maar lopen in opgefokt tempo naar de “einstieg” op 2940 meter. Bij het aan trekken van de klimuitrusting schiet er bij Wilco een gastankje uit zijn rugzak. Het verdwijnt snel in de diepte en is niet meer terug te zien.
De Bergschrund is groot maar door de.koude nacht vinden we over enkele lawine brokstukken een doorgang tot de wand. We klimmen al weer een kwartiertje. We zoeken een doorgang naar het ijsveld. Dit beginstuk is erg onoverzichtelijk. We klimmen, al weten we geen van beide de exacte weg. Het maakt een rottig gevoel bij me los. Onzekerheid over het verloop van de route. Bij een steile ijsgoot valt de beslissing. Via deze goot denken we het ijsveld te kunnen bereiken. Het is eng. We weten het beide. We voelen het van elkaar. Als we hier induiken zitten we al snel op het punt van “No Return”.
Het lukt. We staan aan het begin van het lange ijsveld met een steilheid van ongeveer 60 graden. Door de lengte van het ijsveld moet ik regelmatig stoppen om mijn kuiten te ontlasten. Wanneer ik naar boven kijk moet ik oppassen niet uit evenwicht te worden getrokken. Daarboven torent het steilere gecombineerde terrein boven ons uit. Van een afstand moeten we de juiste route kiezen. Nu hebben we nog zicht maar als we dichterbij komen zullen we het overzicht op de wand verliezen.

Het vreemde gevoel van onzekerheid en twijfel is verdwenen. We zijn al weer een paar uur in touw. We gaan ervoor. Tussen de oren zit het allemaal wel goed. Misschien dat ik tijdens het begin van de route toch wat te veel met mijn kop bij andere zaken zat. Iets wat je met klimmen absoluut niet kunt hebben. Je hebt je volle aandacht bij de beklimming nodig. Vandaar dat het ook vaak beter is met een gerust hart uit Nederland te vertrekken en niet te gestresst. Allemaal dingen die bij het klimmen horen. De mannier van leven en het toewerken naar een beklimming.

Wilco is al bij het eind van het ijsveld. Als er een plaats in aanmerking komt voor een bivak dan is dat hier. Maar voor een bivak is het nog veels te vroeg. We klimmen en klimmen. Het zoeken van de gecompliceerde route gaat goed. Zoveel goten, geulen en gecombineerd terrein maar niets dat er echt aantrekkelijk uit ziet. Gelukkig klim men we ons nergens vast. Juist bij tochten als deze komt alpine ervaring om de boek kijken. De ervaring met het terrein. Waarom juist hier links of rechts ? Vaak kunnen we er zelf geen gegronde reden voor vinden. Misschien heeft het wel iets met alpine intuïtie te maken. Een ingeving. Een vergelijking die je in gedachte stiekem maakt met een eerder geklommen route.
We hebben een mooi overzicht op de Argentieregletsjer met aan de overzijde de Argentière hut en de Aiguille de Argentière. Tijdens een klim als deze wanneer je vele uren in een grote wand zit verlies je een beetje het overzicht van je eigen positie op de berg. Natuurlijk is een hoogtemeter een goede indicatie over het aantal geklommen meters maar juist je omgeving zorgt voor een continue vergelijking. Het blijft trouwens altijd een belangrijk punt om je omgeving in de gaten te houden. Klimmen is niet enkel het oplossen van een klimtechnisch probleem maar het is de kunst de technische moeilijkheden te zien samen met de gehele omgeving. Dus ook letten op het weer, blijft het goed of is er slecht weer op komst. Is er kans op steen of ijsslag. Zitten er andere klimmers in de wand? Natuurlijk let je op elkaar en op jezelf. Voel ik me lekker ? Hoe is de concentratie ? Er zijn zoveel dingen die meespelen tijdens zo’n beklimming en je moet juist proberen om alles bij de klim te betrekken zodat de kans op slagen het grootst is. Juist dit maakt een alpinist sterk. De kracht van het voortdurend zien van je eigen positie in de wand ten opzichte van alle factoren, je omgeving, jezelf en elkaar en het daar correct op inspelen.

Een extra factor waar we nu in december mee te maken hebben zijn de kortere dagen. Wanneer de schemer begint te vallen moeten we snel zijn. We zoeken en zoeken. Turen. Maar bivakplaatsen liggen hier niet voor het oprapen. Ik denk wat gevonden te hebben. Ik traverseer uit de route, een touwlengte wijk ik uit naar links maar al snel blijkt dat het gezichtsbedrog was. Het is niets. De duisternis begint te vallen en we zullen er hier dus het beste van moeten maken. Dit gaat beroerd worden. We kunnen ook niet bij elkaar zitten. Iets wat je normaal nog een beetje steun geeft. Beide zijn we aan het hakken. Iedere keer weer stuit ik al snel op rotsen. We zullen het met een randje van 40 centimeter moeten doen. We proberen goede zekeringen in het ijs te maken maar ook dat valt niet gemakkelijk. Het inrichten van een bivak is een uiterst secuur werkje. Vooral het ophangen van je rugzak en je schoenen. Wanneer je hier wat loslaat ben je verleden tijd. Wilco zit twee meter schuin boven me.
We verzinnen een constructie om te kunnen koken. Van Wilco loopt een touwtje naar beneden met daaraan de brander. De brander hangt naast mij op schouderhoogte zodat ik hem kan bedienen. Wanneer we wat warms hebben slurp ik mijn deel naar binnen waarna Wilco de brander ophijst en zijn deel krijgt. Tjonge jonge zeg wat een crisissituatie. Dat in de winter de dagen kort zijn is bekend maar dat houdt ook in dat de nachten erg lang zijn. Veel irritaties over de slechte bivakplaats. Ik glijd regelmatig weg van mijn ondiepe zitje en kom dan in mijn zelfzekering te hangen. Dan maar weer opstaan en weer wat hakken. Niet dat het veel zin heeft maar je bent in ieder geval weer even bezig en dan gaat de tijd weer wat sneller. Wilco vraagt een koekje.. Dat betekent in de rugzak wroeten. Toch goed voor een kwartiertje.
Door het verlies van een gastankje is onze gasvoorraad na het koken bijna op. Door de koude is het moeilijk het laatste beetje gas uit het tankje te krijgen. Ik probeer het op te warmen aan mijn lichaam. Wanneer ik moet plassen kan ik nog net voorkomen dat het laatste tankje onder mijn vest vandaan schiet en in de diepte verdwijnt. Misschien kunnen we morgenvroeg van het laatste restje gas nog net wat thee zetten. Die nacht doen we geen oog dicht. Verkleumd tot op het bot en bij het minste geringste geïrriteerd. Wat was ik blij dat het daglicht weer tevoorschijn kwam. Die laatste momenten duren altijd zo lang. We hebben dorst en weten van het laatste resten gas een lauw bakje thee te zetten. We willen zo snel mogelijk weg hier. ‘ S ochtends blijft het altijd gevaarlijk. Je moet je schoenen weer aantrekken en je hebt wat nodig uit je rugzak of je moet wat opbergen. Je moet daar heel voorzichtig mee zijn. Voordat je het weet ben je je binnenschoen kwijt of zie je je slaapzak in de diepte verdwijnen. Er zijn best dingen die je kunt missen maar een stijgijzer met snelbinding blijft nu eenmaal niet zitten onder je sokken. We hebben alles aangetrokken wat we aan kleding bij ons hebben. Het is koud en de zon komt bier niet in de wand. Nog geen drupje.
Ons bivak was ongeveer op een hoogte van 3700 meter. Zo’n 300 meter onder de oostelijke top. De klimmeters die we nog moeten afleggen zijn natuurlijk langer. Het is hier onmogelijk in een rechte lijn naar de top te klimmen.
Tijdens de klim hebben we wat problemen met onze Oost-Europese ijs boren. Het ijs is er na het uitdraaien nauwelijks uit te krijgen en wanneer de boor vol hard ijs zit krijg je hem niet meer in het ijs gedraaid. We zijn gewend aan de steilheid van het terrein. De ene ijsgoot volgt de andere op. De gemiddelde stijfheid hierboven is 70 graden steil. De standplaatsen worden hier slechter doordat er enkel een dunne laag ijs over de rotsen ligt. Zo heb ik in mijn lompigheid al enkele boren naar een andere wereld geholpen. Een ijsboor draait goed in het ijs … in hard ijs zelfs ook nog maar wanneer je hem in de rotsen probeert te draaien. Nee … Dat lukt echt niet.. Neem dat maar van mij aan.
Het bovenste gedeelte van de route krijgt een ander karakter. We zien meer rotstorens. Ook deze tweede dag blijft het weer prima en hebben we een schitterend uitzicht op Wallis en andere delen van de Zwitserse en Franse alpen. Toch kunnen we onze top moeilijk lokaliseren. Het topmassief van de Droites is erg kolossaal. Er zijn twee toppen. De oostelijke en de westelijke die een vijftig meter in hoogte met elkaar verschillen. Wanneer we vermoeden de top te zien is het nog zeker drie touwlengtes klimmen. De laatste stukjes gecombineerd terrein zijn lastig. Wilco klimt zich op een aanwijzing van mij ergens klem. Hij is wat geïrriteerd , klimt terug en probeert het verderop. Nog 60 meter ijs en dan de topgraat.
De laatste meters naar de top gaan door losse poedersneeuw. Maar de top is dan wel een echte top. Het is 12.30 uur. De wand ligt onder ons en we zijn blij dat we er zijn. Het Is een verheerlijking om in de zon te staan. De vermoeidheid van vannacht valt van ons af. Ik voel me gelukkig. Het schitterende uitzicht maakt ook veel goed. Wie denkt er nu nog aan de irritaties of aan het slechte bivak ? We schieten foto’s en eten de restjes uit de rugzakken op. Een goed gevoel hebben we over de klim. We zagen er best wel tegenop en hebben al twee maal moeten omkeren vanwege slechte condities. Hij stond al zo lang op ons verlanglijstje. Vandaag 5 december… Nou bedankt Sinterklaasje een beter cadeau hadden we ons niet kunnen voorstellen.

De afdaling is goed te doen. Enkele jaren terug hadden we na de beklimming van het couloir Coututier op de Aig. Verte een verschrikkelijke afdaling naar de Couverelehut. De afdaling van de Droites valt erg mee. ‘S nachts slapen we in de Couverclehut. Het tekort aan vocht kunnen we hier door de aanwezigheid van een gasstel ruimschoots inhalen. Na een heerlijke nacht slapen.. echt helemaal van de wereld, dalen we af naar Chamonix. In een vliegende storm moeten we de tent ophalen. Het weer is omgeslagen. Gelukkig mogen met enkele werklui per kabelbaan meereizen naar Lognan.
Tevreden keren we terug naar Nederland. Na een telefoontje met vriend Remco bleek al snel dat we tijdens ons korte bezoek aan de alpen ergens een dag hebben verloren. Ik dacht dat het maandag was maar het is reeds dinsdag. Ach wat moet ik daar nu van zeggen …. Je hoort wel vaker dat klimmers de tel kwijt zijn.