Expeditie Iran - Team Wilco Van Rooijen

Lees het zeer indrukwekkende verslag van de beklimming hieronder ….. met pracht foto’s (zie foto album)

Conclusie Iran expeditie, de mensen in Iran zijn trots, zeer gastvrij en staan dicht bij hun natuur en dat is ook hun kracht!

Wilco

Lees ook het persbericht!

 

Artikel versie 3.3

23 juni 2011

 

Iran Damavand Expeditie 2011

Iran, juni 2011

 

Mount Damavand; 35°57’N, 52°06’O

Ten zuiden van de Kaspische Zee, op niet meer dan 70 kilometer afstand van de hectische metropool Teheran, torent de imposante ‘slapende’ stratovulkaan Damavand met 5.671 meter hoog uit boven het ruige, ontoegankelijke Alborz-massief in het noorden van Iran. Slapend, maar potentieel actief:  net onder de vulkaankrater bevinden zich zogenaamde fumarolen; openingen in de aardkost waaruit hete, giftige zwaveldampen ontsnappen. Bij helder weer is vanaf de voet van deze majestueuze berg dan ook met enige regelmaat een witte zwavelpluim aan de kraterrand te zien. Mount Damavand is de hoogste bergtop van het Midden Oosten en zelfs de hoogste vulkaan van heel Azië. De laatste uitbarsting vond plaats in de vierde geologische periode. Niet voor niets neemt deze solitair in het landschap gesitueerde vulkaanreus in de rijke Perzische mythologie en folklore een bijzondere, heilige plaats in.

 

Geologie 

Teamlid Hans Göbel is geoloog en leert ons vanuit zijn vakgebied het volgende over de berg:

De sluimerende stratovulkaan Mount Damavand bestaat uit 400 km3 trachy-andesitische lava. Kenmerkend voor dit type basaltisch materiaal is dat het sterk visceus (dik vloeibaar) is. Tijdens  erupties vormen er zich dikke massieve lavastromen die tientallen tot honderden meters dik kunnen worden. Het zijn deze lavaruggen die wij voor het grootste gedeelte van de route gebruikt hebben vanaf Base Camp tot zo’n 100 meter onder de steilere top om langs omhoog te klimmen. Door erosie zijn de kernen van de lavastromen grotendeels verdwenen en zijn de voor erosie minder gevoelige  randen overgebleven. Deze zijn vaak al vroeg in het zomerseizoen sneeuwvrij. Op de top van de vulkaan zijn de bescheiden restanten van een tweetal zich terugtrekkende gletsjers te vinden, die tijdens het Pleistoceen een groter deel van de vulkaan en het gebied er omheen bedekt hebben. Deze gletsjers worden in de winter dankbaar gebruikt door skiërs.

 

De huidige “Young Damavand“ vulkaanconus is gedateerd op een ouderdom van ca. 600.000 jaar en staat op een grotendeels gerodeerde basis van een oudere vulkaan die vermoedelijk niet ouder is dan ca. 1,8 miljoen jaar. De Sardobitch-rug aan de noord-westkant van de huidige vulkaan is een restant van de oude kraterwand. Een lokale “hotspot” of “mantelpluim” geassocieerd met een zwakke plek in de lithosfeer (buitenste deel van continentale aardkorst) heeft vermoedelijk geleid tot de vorming van de vulkaan op deze plek. Aslagen met puimsteen-afzettingen zijn op de flanken van de vulkaan en omliggende toppen van het Alborz-gebergte te vinden. De puimsteen heeft zijn weg gevonden naar de lokale bazaars, waar het aangeboden wordt als een schuursteen om je voeten van eelt te ontdoen. Door zijn vesiculaire karakter (sponzige structuur) heeft puimsteen een lager soortelijk gewicht dan water en drijft derhalve.

 

Vulkaanactiviteit  

De meest recent gedateerde vulkanische activiteit is van ca. 7300  jaar geleden en sindsdien is de vulkaan niet meer actief geweest. De vulkaan is wel onderdeel van het actieve Alborz-plooiings- gebergte, dat om de zuidkant van de Kaspisch Zee gedrapeerd is. Door compressie van dit gebergte tegen het stabiele Kaspische oceanisch blok komt dit gebied geleidelijk omhoog langs een serie min of meer oost-west lopende breukzones. Deze compressie geeft regelmatig aanleiding tot terugkerende aardschokken door langzame beweging langs deze breuklijnen in grote delen van Iran.

 

Fumarolen 

Aan de top van de Damavand bevinden zich fumarolen. Dit zijn openingen in het gesteente waaruit hete zwavelhoudende gassen, ook wel solfataren genaamd, ontsnappen. De gassen bestaan voornamelijk uit waterdamp, kooldioxide en kleinere concentraties van waterstofchloride, waterstoffluoride en waterstofsulfide. Met name het laatste gas heeft de kenmerkende rotte-eieren lucht en is in hoge concentraties giftig en dus gevaarlijk. Om de top te bereiken moesten de klimmers langs het veld met fumarolen en hadden we geluk dat de wind niet onze kant op stond. De geringe zwaveldamp die we roken zorgde toch al direct voor hoestklachten bij een aantal klimmers.

 

Gesteenteformaties rond de fumarolen zijn vaak geel van de neergeslagen zwavelkristallen. Dit levert prachtige taferelen op. Het is veelal oppervlaktewater dat door scheuren en breuken in het poreuze gesteente dringt en op diepte door de afkoelende kraterkern opgewarmd wordt tot boven het kookpunt om zich dan weer een weg naar boven te banen; hetzij in de vorm van damp of in de vorm van heetwaterbronnen, onderweg allerlei mineralen oplossend in het omringende gesteente. Zodoende vinden wij ook op de flanken van de vulkaan thermale baden waar geneeskrachtige eigenschappen aan toegedicht worden vanwege deze in lage concentraties aanwezige mineralen.

 

Referenties:

The geology of Damavand volcano, Alborz Mountains, northern Iran

GSA Bulletin, januari/februari 2004, v 116, no ½, p16-29: DOI 10.1130/B25344.1

Door  J. Davidson, J. Hassanzadeh, R. Berzins , D. F. Stockli   e.a.

 

Dutch Damavand Climbing Team 

De overweldigende enscenering van deze met eeuwige sneeuw bedekte, conische bergpiek was voor 12 Nederlandse bergbeklimmers -waaronder beroepsavonturier Wilco van Rooijen- in juni 2011 de aanleiding om een expeditie naar de top op te zetten. Frits Visser, initiatiefnemer van de Iran Damavand Expeditie 2011: “Met ons team van avontuurlijke vrienden beklommen we eerder succesvol de drie hoogste toppen van de UK (‘Three Peaks Challenge’), de Mount Toubkal (4.167m) in Marokko, de Mont Blanc (4.811m) in Frankrijk en de Mount Ararat (5.137m) in Turkije onder leiding van Wilco. Met de Damavand-expeditie wilden we niet alleen een nieuwe sportieve klimuitdaging aangaan, maar ook kennismaken met de eeuwenoude cultuur van Perzië en de gastvrijheid van de Iraniërs”.

 

Iran; land van contrasten  

Iran is in meerdere opzichten een land van uitersten. Temperaturen variëren er van -36°C in het bergachtige noorden tot +54°C in de droge woestijnen in het zuiden. Het land kan bogen op een legendarische, eeuwenoude cultuur. Historische steden als Esfahan en Shiraz ademen nog steeds het oude Perzië uit; de tijd lijkt er stil te hebben gestaan. De natuur en de variatie in landschappen zijn  overweldigend. Bovendien is de bevolking, niet gewend aan veel buitenlanders, uiterst vriendelijk en voorkomend. Veelvuldig beantwoorden wij de vraag “Where are you from?”, schudden we handen en dringt men enthousiast aan op het maken van een geposeerde groepsfoto. De traditionele waterpijp wordt ons met regelmaat aangeboden en daar maken we dan ook maar graag gebruik van. Door de nomaden in het Alborz-gebergte worden we onthaald op muntthee in hun rijkelijk met Perzische tapijten belegde tenten. Kortom; gastvrijheid alom.

 

Maar tegelijkertijd gaat de Iraanse bevolking gebukt onder een voelbaar gebrek aan vrijheid onder het streng religieuze regime. Vooral de positie van vrouwen staat sterk onder druk. Tegen die achtergrond is Iran -het negatieve reisadvies van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken ten spijt- nou niet de meest voor de hand liggende bestemming om in je vrije tijd naar af te reizen. Niet alleen vereist het verkrijgen van een visum de nodige formaliteiten en wat uithoudingsvermogen (met een eerder stempel van de staat Israël in je paspoort kom je überhaupt het land niet in), ook in het land zelf zul je je als gast-van-buiten-de-grenzen strikt moeten houden aan de strenge wetten en gedragsregels. Vrouwen komen zondermeer in de gevangenis wanneer zij de verplichte hoofdbedekking niet dragen. Het innemen van alcohol op straat komt je bij arrestatie  te staan op een lijfstraf van 70 stokslagen.

 

Zeker gezien de actuele politieke spanningen in de Arabische wereld was dit voor het team iets om alert en gedegen rekening mee te houden. Tijdens onze reis hebben zich op dit punt geen calamiteiten voorgedaan. Maar juist op de zondag van ons vertrek werd een stille tocht in Teheran gewelddadig de kop ingedrukt met honderden arrestaties tot gevolg…

Voorbereiding

Alhoewel de technische moeilijkheidsgraad van de beklimming van Mount Damavand niet buitengewoon hoog is, vereist het steeds steilere alpine-technische terrein boven de 4.000 meter toch een gedegen kennis van algemene bergsporttechnieken. Daarnaast is de juiste uitrusting (boven de 5.000m heersen sub-arctische klimaatomstandigheden) én natuurlijk een goede fysieke conditie essentieel. Hiervoor heeft het team vooraf stevig getraind. Expeditieteam-lid Sep Visser: “Alhoewel je je fysiek niet echt kunt prepareren op het voorkomen van hoogteziekte, is een goede conditie natuurlijk wel erg belangrijk. In de aanloop naar deze beklimming hebben we dan ook een intensief trainingsprogramma met elkaar doorlopen. In de winter reden we onze wekelijks schaatsrondjes op de Utrechtse Vechtse Banen en een paar keer op natuurijs. In het voorjaar maakten we een 40 km cross country duinen-hike in Noordwijk, een 40 km Posbank-hike in Arnhem en een 40km step- & kanotocht tussen Utrecht en Wijk bij Duurstede. We gingen naar het heuvelachtige Limburg voor ons jaarlijkse, traditionele rondje ‘100 kilometer lekfietsen’. Met bij iedere sportactiviteit zicht op een pannenkoek met appel en stroop als welverdiende beloning na afloop! Daarnaast heeft iedereen  voor zichzelf een hardloopschema gevolgd.”

 

Acclimatisatie    

Op weg naar de berg eten we chappati’s met jam en honing, een banaan en een appel ergens onderweg in een Iraans restaurant genaamd ‘Mar Mar’. Vandaag is onze acclimatisatiedag en lopen we op hoogte vanaf 2.400m op de bergkammen tegenover de vulkaan. Door de diepe valleien lijkt het of de Damavand geïsoleerd ligt van de andere bergen. Maar op afstand van de vulkaan zie je talloze bergketens en zijn in dit massief 45 bergtoppen hoger dan 4.500 meter! In deze regio zijn er diverse natuurlijke ‘springs’ en ‘spa’s’, zoals in Ab-e-ask, Larijan en Talkh-e-rud.

 

Vanochtend, 5 juni, zijn we om 6.00 uur vertrokken uit ons hotel in Teheran naar het Alborz-gebergte. Vanuit het bergdorp Nava op 2.400 meter lopen we een acclimatisatie-tocht van zo’n drie  uur. Als we eindelijk het gemotoriseerde verkeer achter ons laten, lopen we door het groene heuvelachtige landschap van Iran. Wat opvalt is de enorme diversiteit aan planten, bloemen, kruiden en theeplanten. In deze tijd van het jaar is het berglandschap van de zogenaamde Alborz Range prachtig groen en lijkt het net ontwaakt na de winter. De Alborz Range ligt in de provincie Mazandaran, 69 kilometer ten  noordoosten van Teheran. Dit gebied lijkt soms sterk op de Pyreneeën, dan weer op de Zwitserse Alpen, maar dan elke keer weer zonder toeristen. We zijn hier echt alleen met onze groep en onze Iraanse begeleiders Enayat Massumi en zijn vrouw Helen Banai.

 

Reyneh (2.000m)  

Terug van onze acclimatisatie-tocht rijden we naar ons guesthouse Masoud in het bergstadje Reyneh op 2.000m onderaan de voet van de Damavand. Bij de Iraanse avondmaaltijd, zittend op de dikke Perzische tapijten, praten we onderling het programma voor de komende dagen door en onze  acclimatisatie-strategie. “Nee, we doen het altijd zo en ik garandeer jullie dat het goed gaat. Niemand van jullie krijgt hoogteziekte” vertelt één van de gidsen. “Ja, maar…” roepen wij nog met al onze bergsport ervaringen. Het ineens overbruggen van meer dan 2.000 hoogtemeters  en dan de volgende dag naar de top op 5.671 meter is vragen om problemen. De gids blijft volhouden dat alle Iraniërs het altijd zo doen (Teheran ligt al op 1.600 meter) en het ook niet anders kan gezien de ingezette logistiek qua vervoer, eten, slapen, enzovoort…

Base Camp Gusfundsara (3.400m)  

Morgen vertrekken we vanuit Reyneh, aan de voet van de Damavand op 2.000 meter. Daarvandaan gaan we met twee landrovers richting ons basiskamp Gusfandsara op 3.400 meter. Daar zullen onze zware duffelbags op muilezels worden gebonden om vervolgens met al het eten voor de komende dagen naar de Bargha-berghut op 4.200 meter te worden gebracht. Zelf zullen we de 800 hoogtemeters met onze dagrugzakken overbruggen. De daarop volgende dag hebben we een acclimatisatie-dag, waarop we nog wat hoger zullen klimmen boven de hut en dan weer terugkeren om daar te slapen. Deze ongeschreven wet ‘hoog klimmen, laag slapen’ kent elke ervaren bergsporter. Het hoger klimmen doe je om te acclimatiseren en de vereiste rode bloedlichaampjes aan te maken. Deze extra rode bloedlichaampjes moeten, bij de afnemende zuurstofdruk op grotere hoogten, het noodzakelijke zuurstoftransport in het lichaam mogelijk maken.

 

Bargha hut (4.200m)   

De groep bestaat uit een gemêleerd gezelschap van ondernemers, directeuren, een medicus, een graficus, sales-mannen en een beroepsavonturier. Nadat we met het hele team aangekomen zijn in  de hut op 4.200 meter voelen we de hoogte onmiddellijk; rillerig, hoofdpijn, kortademig, geen eetlust. We weten dat veel drinken essentieel is en dus proberen we dat zo veel mogelijk te doen.   Thee, water, sportdrank; alles om het bloed maar zo dun mogelijk te houden. Nog voor het avondeten heeft de hoogte het eerste slachtoffer geëist. Eén van de mannen heeft zo’n barstende koppijn dat hij zijn hoofd niet meer op een kussen kan leggen. Bovendien heeft hij al talloze keren moeten overgeven en houdt dus ook geen vocht meer binnen. Geen pijnstiller of anti-misselijkheid tablet helpt. Hij moet nog voor het donker naar beneden. Samen met één van de gidsen daalt Hans Göbel teleurgesteld af.  Maar hij weet uit ervaring dat afdalen opknappen betekent. Na elke 100 meter dalen voel je je beter worden.

 

Na een minimale maaltijd vanwege de slechte eetlust, kruipt iedereen snel zijn donsslaapzak in. We liggen in een stenen, onverwarmde hut, die plaats biedt aan wel 75 man. Maar we zijn de enige klimmers. Morgen is het weliswaar een acclimatisatie-dag, maar het valt te bezien hoe je die weer doorkomt op deze hoogte. Wilco van Rooijen: “De nacht is persoonlijk voor mij altijd een drama. Je slaapt slecht in, je bent kortademig, je droomt in cirkels en bij het minste geringste ben je weer wakker.”

 

De volgende dag is het prachtig weer. Het uitzicht is fabuleus. Tot aan de horizon bergmassieven tussen de 4.000 en 5.000 meter; een bergrug van wel meer dan 50 kilometer lengte en prachtige kleurschakeringen als de zon op of onder gaat. De dalen zijn groen en zelfs hoog op de hellingen is er nog begroeiing. Daarboven zijn het de kale, grijze rotsen die weer en wind trotseren. Er ligt nog veel sneeuw van het voorjaar op veel bergkammen en hoewel het niet gebruikelijk is voor de tijd van het jaar hebben wij toch onze stijgijzers mee moeten nemen voor de beklimming. De toppiramide ligt nog bedekt onder een dikke deken van sneeuw.

 

Wilco:  “Uit al het geroezemoes maak ik op dat sommige mannen de nacht goed hebben doorgebracht en weer andere zeer slecht met de nodige koppijn. Door het vele noodzakelijke drinken moesten sommige wel 10 keer door de vrieskou naar de buiten-wc. Dat lijkt niet slim, maar toch is drinken de belangrijkste remedie tegen hoogteziekte. Ook vandaag dus weer veel drinken en proberen goed te eten. In de middag klimmen we omhoog richting de 5.000 meter-grens en kunnen we nog eenmaal testen of alles klopt; het tempo, onze kleding, de volgorde in de groep, de rugzak, de bril, de handschoenen, muts. Morgenvroeg moet de trein gaan lopen en moet het kloppen. Het voelt goed en we hebben er vertrouwen in. De grote onzekere factor -naast hoogteziekte- is toch het weer. De weersvoorspellingen zijn goed, maar net voor vandaag is er bewolking voorspeld. Toch is het helder. Zou de verstoring dan tijdens de toppoging komen? Wind en eventueel sneeuwval zou ons de das om kunnen doen. Zo’n enorme vulkaan in het landschap, die overal boven uitsteekt, vangt ook al het slechte weer op.”

 

We hebben de ervaring van vorig jaar met de beklimming van de Mount Ararat (5.137 meter) nog helder voor ogen staan. In een ‘white out’  met harde wind, enorme hagelstenen, onweer en sneeuwval wisten we de top te bereiken, maar het had ook geen haar gescheeld en we hadden moeten omkeren.

 

In de middag worden we verrast; onze teamgenoot Hans komt tot ieders verbazing en respect toch weer omhoog geklommen naar de hut. Ditmaal ziet hij er een stuk sterker en fitter uit. Wat een bikkel en wat een karakter. Een doorzetter. Chapeau! Voor we de slaapzakken inkruipen pakken we onze rugzakken en bereidt iedereen zich op zijn manier mentaal voor. De één leest, de ander slaapt al en de volgende blijft zijn spulletjes reorganiseren.

 

Topdag 

De wekker gaat om 5.30 uur af. De meesten zijn al lang wakker. We kruipen uit bed, trekken alle kleding aan, strikken de schoenen en proberen wat te ontbijten. Het blijkt dat meerdere mensen toch weer een beroerde nacht hebben gehad en met name met Hans gaat het opnieuw erg slecht. Hij heeft wederom barstende koppijn. Wederom wordt hij door moeder natuur gedwongen om rechtsomkeert te maken.

 

We vertrekken pas om 7.30 uur, maar volgens de jonge gids Reza Ghorban (26) maakt het niets uit. Het weer is goed en we hebben tijd genoeg. Blijkbaar heeft hij een rotsvast vertrouwen in de weersvoorspelling. Met de opkomende zon en de lang gerekte schaduwen in de rug vertrekken we richting top; onbeschrijfelijk mooi! In een langzaam maar gestaag tempo proberen we als groep in cadans te komen. De jonge gids probeert steeds een stapje harder, maar onze voorste man trapt er niet in en blijft wijs zijn eigen tempo volgen die hij ook aan de rest dicteert. Het blijft een prachtig schouwspel, de opkomende zon hoog in de bergen. Het landschap verandert van kleur en het beeld wordt steeds mooier. Steeds weer worden andere details in landschap beschenen als een spot op een schilderij. Terwijl je loopt zie je de verlichting van het landschap veranderen. En wij lopen er als miertjes middenin. Tegen de krachten van de natuur zijn we niet opgewassen, maar het lijkt er op dat de Damavand ons vandaag gunstig gezind is.

 

We kruipen als een sliert omhoog met de top als einddoel. Er wordt weinig gekletst en hoe hoger we komen hoe stiller het wordt. Een ieder vormt zijn eigen persoonlijke, soms spirituele gedachte. Als er een sport is die dwingt tot reflectie is het wel de bergsport. Eénzijn met de natuur, je eigen adem zien condenseren, je voetstappen tellen, mentaal je fysiek overwinnen, elke minuut en elke stap weer.

 

Soms maken we een korte pauze, worden onze gedachtes verstoord en proberen we plichtmatig wat te eten en te drinken. Dan gaan we gelukkig weer snel verder. Genieten van het nu-moment, dat is de kunst. Als je omhoog kijkt denk je vaak hoe lang nog, maar als je naar beneden kijkt ben je trots op wat er al achter je ligt. En dan mijmer je weg of telt geconcentreerd ‘21, 22, 23’.

De moeilijkheidsgraad van deze klim loopt met de hoogte op. We beklimmen de zuidkant van de vulkaan, die qua bergsport-technieken geen hoge technische vaardigheden vereist. Aan de noordkant van de vulkaan bestaan er moeilijkere routes. Zo gaat hier de mythe dat de beroemde Rheinhold Messner ooit aan de noordkant klom in de winter en de route niet kon afmaken. Dit kwam meer door het weer en tijdgebrek, maar de Iraniërs houden het op de tegenkracht van hun onoverwinnelijke heilige berg.

 

Onze route aan de zuidkant begint vanaf de voet met een eenvoudig bergpad omhoog, waar ook de pakezels overheen lopen. Maar vanaf de hut op 4.200 meter gaat het vervolgens een dikke 1000 hoogtemeters steiler de rotsen in. Het prachtige lavagesteente ligt gelukkig meestal goed vast en is zeer ruw zodat je niet snel van de stenen afglijdt. Weer hoger neemt de steilheid verder toe en wordt het al meer klauteren op handen en voeten. Boven de 5.400 meter neemt het terrein dan weer wat in steilheid af, maar maken de lavastenen plaats voor het losse gruis en het lava-grind. Een stap naar boven is tegelijk weer een halve stap terugglijden. De kleur verandert dan ook van donkerbruin/rood naar wit/groen/grijs; een onwerkelijk schouwspel. Ook begint de lucht steeds meer naar zwavel te ruiken, want bovenuit de krater komen voortdurend zwaveldampen. Van afstand denk je dat het sneeuwpluimen zijn door de harde wind, maar in werkelijkheid zijn het zwaveldampen uit de fumarolen van de vulkaan. Niet alleen uit de krater aan de top,  maar ook onderweg onder de kraterrand zie je zwaveldampen uit de fumarolen. Het schijnt dat je flinke koppijn kunt krijgen van het direct inademen van deze zwaveldampen, maar gelukkig staat de wind de andere kant op. De problemen door de zwavel beperken zich tot een tijdje hoesten. Het laatste stuk over deze lavagrind-velden doet denken aan alle andere vulkaanbeklimmingen. Het typerende is de witte kleur, het moeizame lopen omdat je voortdurend wegzakt net als in de losse sneeuw en de ronde vormen rond de krater. Wat ook altijd opvalt, of je nu de Kilimanjaro (5.895m) in Tanzania of de El Teide (3.718m)  op Tenerife beklimt, is dat ‘de top’ relatief is, want eigenlijk klim je naar een rand van een enorme schaal. En ergens op de ring heb je dan een partij stenen of lava dat net enkele meters hoger is. Die kraterring loop je overigens niet ‘even’ in de rondte. Wat ook een vreemd maar machtig schouwspel blijft, zijn de zwaveldampen die ergens uit de grond omhoog borrelen omringt met grijze rotsen die dan weer besneeuwd en verijst zijn met daaromheen het geel-witte lavazand en -grind. Het blijft een bijzonder fascinerend landschap.

 

De top (5.671m)!  

De laatste meters zijn altijd de mooiste. Je weet dat het doel gehaald gaat worden, maar je moet nog even door. Je wilt wel versnellen, maar je kan het niet. Je wilt al juichen, maar het mag nog niet. Je wilt al foto’s maken, maar je wilt tegelijkertijd niet stoppen. Vlak voor het bereiken van de top schieten alle voorbereidingen, trainingsuren, offers die je hebt moeten brengen door je hoofd. Niets is zo kenmerkend als het bereiken van een bergtop waar je alles voor hebt moeten geven.

En dan eindelijk het moment, de laatste stappen. We juichen het uit, we zetten zoals beloofd het Wilhelmus in, met hier en daar een wat langere pauze om het zuurstoftekort aan te vullen. De Iraanse gids staat ons aan te kijken of we hoogteziek zijn geworden. We proberen ieder voor zich dit gouden moment vast te leggen. Een mijlpaal met voor velen een hoogterecord. Dit pakt niemand ons meer af. Nog voor we de hut op de weg terug bereiken dringt zich de vraag alweer op: “welke berg wordt het volgend jaar”?

 

Topbeklimming : woensdag 8 juni 2011

Vertrek : 7.30 uur

Top : 14.30 uur

Duur : 7 uur

Terug : 17.30 uur

Afdaling : 2 uur (dankzij het glijden over de steile sneeuwvelden)

 

Hoogteziekte 

Eén van de expeditieleden is Hans Smit, longarts. Hij richtte zich tijdens de beklimming op de gezondheidstoestand van de teamleden en volgde vooral de lichamelijke effecten van de hoogtestijging:

 

“Hoogteziekte (AMS: acute mountain sickness), wat is dat eigenlijk? We kennen de verschijnselen van deze potentieel dodelijke aandoening: slechte eetlust, lichte tot zwaar bonkende hoofdpijn, vooral achter het hoofd en de nek. Misselijkheid en braken en tot slot duizeligheid, toenemende kortademigheid met reutels van vocht in de longen. Zieke mensen zien er pafferig uit in het gelaat. Kort gezegd: hersen- en longzwelling (oedeem).1

 

De 12 teamleden, mannen in de leeftijd van 40 tot 59 jaar, wonen op zeeniveau in Nederland. De meesten hebben een relatief beperkte ervaring in bergklimmen boven de 4800 meter. Iedereen heeft op zeeniveau getraind en de fysieke conditie wordt als redelijk tot goed beschouwd.

 

Het acclimatisatieproces bij deze beklimming is niet optimaal. Na één nacht Teheran (1.600m) en Reyneh (2.000m), start de tocht op 3.400m in Base Camp Gusfandsara. Hier wordt -op lokaal advies- twee uur rust gehouden om te acclimatiseren. Iedereen voelt zich goed hier, maar we maken ons zorgen om de grote stap in overnachten tussen het bergdorp op 2.000m en de Bargah Hut op 4.200m. Dit is meer dan vier keer het maximaal geadviseerde stijgingspercentage. In diverse artikelen wordt zelfs geadviseerd niet meer dan 300 hoogtemeters te stijgen voor je volgende slaapplaats. De lokale gidsen stellen zelfs voor in één dag naar de top door te stoten; zij beschouwen het braken en de hoofdpijn als een bekend, maar niet onoverkomelijk ongemak.

 

De klim naar Camp 1 op 4.200m begint in eenvoudig bergterrein. Onze gids adviseert ons keer op keer om bewust te ademen; feitelijk te hyperventileren. Dit lijkt onzinnig op dat moment, maar blijkt later op grotere hoogte toch te werken. Het lijkt een beginnende hoofdpijn wel enige tijd te kunnen dempen. Rond 3800m wordt het kouder en begint het hijgen duidelijker. Teamlid Hans Göbel maakt een aantal tussenversnellingen om de groep in te halen voor het maken van videomateriaal. Wellicht speelde dit mee als hij aan het eind van deze dag een snel toenemende hoofdpijn en misselijkheid ervaart. Hij kan nog wel doorlopen. De klachten zullen die dag niet meer overgaan, maar sterk verergeren met hevig braken. Hans ziet zich helaas genoodzaakt om aan het eind van de dag met één van de gidsen terug te gaan naar Gusfandsara Base Camp.

 

Het is opvallend dat er twee mannen een directe AMS krijgen. Dit zijn ook de twee met de laagst gemeten zuurstofsaturaties op 4.200m (76-79% na een uur rust). Ikzelf heb ook een lage saturatie en ben niet fit met milde hoofdpijn. Ik verbeter echter na enkele uren en heb ook de volgende dagen nauwelijks last. Mijn zuurstofsaturatie loopt de volgende dag weer op naar 85%.

 

Van de resterende groep daalt de saturatie naar 83-86%. De meesten voelen zich belabberd in de ochtend van dag 2 in Camp 1 op 4.200m, maar zijn niet echt ziek. Grotendeels verbetert hun conditie tijdens deze acclimatisatiedag. Hans Göbel besluit moedig toch weer naar boven te klimmen en voelt zich die dag redelijk fit.

 

Op de topdag is Hans weer flink ziek. Hij moet opnieuw naar beneden. Verder voelt iedereen zich redelijk fit. Sommigen hebben lichte hoofdpijn en de eetlust is gemiddeld slecht. Tijdens het klimmen wordt bij een luchtdruk van 520mBar op 5.000m de saturatie bij diverse klimmers gemeten tussen 77 en 80%. Inmiddels giert de koude wind ons om de oren en de klim wordt zwaarder. Twee van de klimmers ervaren misselijkheid, waardoor de tocht voor hen heel zwaar wordt. Ze herstellen gelukkig tijdens de verdere beklimming. De kortademigheid wordt voor allen erg wisselend ervaren en lijkt in deze groep geen relatie met de saturatie in rust te hebben. De stinkende zwavelgassen net onder de top maken het ademhalen er in deze fase ook niet gemakkelijker op.  Op de top (5.671m) is de saturatie gemiddeld 72%. Het Wilhelmus wordt er door ons uit hijgende borst gezongen. Zelfs een tweede keer omdat de tekst hier en daar qua ademhaling wat wegviel…”

 

1.) Referenties

R.R. Berendsen, J.H.B.M. Willems, F.H. Bosch, R. Hulsebosch en B. Kayser. Ernstige en soms fatale gevolgen van hoogtelongoedeem. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2008; 20;152

 

Hackett PH, Oelz O. The Lake Louise consensus on the definition and qualification of altitude illness. In: Hypoxia Mountain Medicine. J. Sutton, G. Coates, and C. Houston, eds. Queen City Printers,

Burlington, VT; 199; 327–30.

 

Westendorp RGJ, Bosch FH, Simons M. Kennis van hoogte. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 1994; 138

 

Karinen HM, Peltonen E, Kahonen M, Tikkanen HO. Prediction of Acute Mountain Sickness by Monitoring Arterial Oxygen Saturation During Ascent. High altitude Medicine & Biology.  2010; 11

 

Toekomst…  

Het behalen van de top van Mount Damavand was voor ons team het sportieve hoogtepunt van deze expeditie. We zijn tijdens onze reis tegelijkertijd onder de indruk geraakt van de schoonheid van het land en de toegankelijkheid en vriendelijkheid van de bevolking. In de korte beschikbare tijd hebben we Iran in ons hart gesloten. Deze reis maakt ons nog eens nadrukkelijk en voelbaar duidelijk wat de waarde is van onze westerse vrijheid en ons democratische systeem. Iraniërs die wij hebben gesproken zijn hoopvol naar de toekomst en wachten met geduld op betere tijden. Wij realiseren ons onze vrijheid des te meer als we inmiddels alweer druk bezig zijn met erover na te denken waar wij volgend jaar onze expeditie zullen gaan organiseren…

 

Teamleden Iran Damavand Expeditie 2011:  

 

Wouter Tiems 1951 interim manager; expeditie-oudste

Frits Visser  1952 ziekenhuisbestuurder; initiatiefnemer expeditie

Hans Göbel 1959   geoloog & retailondernemer

Wouter Stroo 1960  grafisch ontwerper

Hans Smit 1962 longarts

Theo de Koning  1962 directeur schoonmaakbedrijf

Gert Jan Nijman 1962 ondernemer out-door & training

Fokke van Velzen 1962 directeur installatiebedrijf

Erik Ulrich  1963 directeur telecomorganisatie A

Sep Visser  1963 ondernemer-consultant health & performance

Wilco van Rooijen 1967 beroepsavonturier; expeditie-leider

Eric Gräve  1970 directeur telecomorganisatie B, expeditie-benjamin