Lauterbrunner Breithorn, Bolwerk + Chervetterippe (Zwitserland) - Team Wilco Van Rooijen

Lauterbrunner Breithorn, Bolwerk + Chervetterippe September 1990.

De muur van Lauterbrunnen

Donderdag bel ik Wilco, we spreken af voor vrijdagavond 23.00 uur. Nog snel graai ik wat boeken bij elkaar waar bergen in staan met al hun verschillende routes en beklimmingen. Ook neem ik de foto’s mee van de beklimming die ons nog vers in het geheugen ligt, een maand terug ongeveer de Mont Blanc via de Brenva flank, met als gekozen route de Major Führe.

Blij ben ik weer als ik de deur achter me dichttrek, het is fijn naar
iemand onderweg te zijn die thuis met dezelfde problemen zit, mensen die
beweren je te begrijpen, terwijl je wel beter weet. Proberen uit te
leggen, wat je naar de bergen beweegt en waarom je wilt klimmen, dat is
hetgeen waar de meeste klimmmers reeds mee gestopt zijn, wetende toch
nooit een reëel beeld te kunnen scheppen, over hetgeen wat je zoal
doormaakt tijdens een beklimming.

Ik ben zoals gewoonlijk weer te 1aat en Wilco staat reeds te wachten op het station. We lopen richting het centrum van Utrecht, onderweg pakt Wilco mijn hand beet kijkt er zorgelijk naar, en vraagt hoe het afgelopen is met de tweedegraads bevriezingen die ik had opgelopen tijdens onze laatste beklimming van de Major Führe, “gaat wel” zeg ik’.

Het is erg druk in het centrum, de jazzdagen zijn in volle gang. We gaan ergens een bruin café binnen. Al snel komen de foto’s en de boeken boven de tafel. Eerst nog even de foto’s bekijken en herinneringen opduikelen van de laatste beklimming, dan snel door naar de boeken die uitkomst zullen moeten bieden voor een nieuwe avontuur.

Overwogen worden : de lengte van de tour, het gebied, ijs/ rots of mixed

We komen tot een besluit de Lauterbrunner Breithorn-Chervet rippe.
De route bevindt zich in het Noordwandgedeelte , aan de onderzijde van de wand kan men keuze maken uit twee mogelijkheden. Door de rotsen, bijgenaamd “het bolwerk” of over de gletsjer waardoor het bolwerk wordt gepasseerd. Wij kozen voor het bolwerk , wat daarna volgt is voornamelijk ijs en mixed terrein , dit alles tezamen zorgt voor een totale wand-
hoogte van 1285 meter.

De berg is gelegen in het Berner Oberland, dat niet bekend staat om zijn
goede weersomstandigheden, “we zullen wel zien als we hier maar weer weg zijn zegt Wilco. Hij ziet zijn voorlopige stagewerkzaamheden absoluut niet zitten.
We spreken nog wat zaken af, over wie welke informatie probeert in te winnen van gebied en route. Op het station schudden we elkaar de hand en vertrekken ieder richting huis. De nachttrein die een grote omweg maakt zorgt ervoor dat ik pas thuiskom wanneer de jongens van de ochtendbladen reeds langs de deuren komen, het eerste daglicht zich weer toont … Ach ja … wat ? er is weer een nieuw plan.

Eindelijk is het vrijdag, wat kan een week lang duren, spullen pakken en naar Wilco, om 19.00 uur vertrekken we richting Berner Oberland voor 4 dagen.

Rond 05.00 uur komen we aan in Müren in Zwitserland, een plaatsje voor
Stechelberg, we parkeren de auto onder een afdak van het postamt en gaan
achter de wagen liggen slapen. Ik dommel weg en hoor af en toe
een,luidspreker, later blijkt dit van het nabij gelegen station te zijn,
ook stoppen naast ons de nodige wagens van de post:voor het in- en
uitladen. Toch weten we het nog tot een uur of 10 s’morgens vol te houden
in de slaapzak.

In Stechelberg pakken we de rugzakken en het regent zacht als we vertrekken richting Smadrihütte(2290 m) de hut die ons uitgangspunt zal vormen.
Na enkele malen verkeerd gelopen te zijn komen we aan bij het biwak, doorweekt zijn we van de miezer, de zware rugzakken hebben ons weer eens behoorlijk opgebroken.

Het biwakhutje biedt ruimte aan 9 personen, we zien aan bekende gele plastic tassen met blauw opschrift dat reeds andere Nederlanders in het hutje verblijven. We eten wat en duiken snel de slaapzak in later horen we de andere Nederlanders.

‘S avonds rond 20.00 uur komen we uit bed en eten wat, we praten met de andere Nederlanders over de te maken tochten en plannen. Al snel merk je dat klimmers voor elkaar een heleboel respect hebben, wat ergens anders nog vaak ontbreekt.

Buiten blijft het weer slecht binnen koken we water voor eten en warme dranken. Voordat we gaan slapen nog even naar buiten, het regent nog
steeds, het zicht is slecht en de temperatuur is veel te hoog.
We besluiten morgen geen toppoging te doen als het zo warm blijft. Dan is de wand te gevaarlijk. We zullen naar de einstieg lopen als verkenning zodat als we ‘s nachts vertrekken in een keer naar het goede begin van de route kunnen lopen, dit scheelt ontzettend veel tijd en geeft je het vertrouwen, ook in de donkere nacht op de goede route te zitten.

Een groot nadeel van dit jaargetijde is dat de dagen een stuk korter
worden , dus je zult later moeten vertrekken of langer in het donker moeten klimmen.

Zondag.
Slecht zicht en regen. De twee andere Nederlanders lopen net als
ons naar de einstieg van de route. Zij richting einstieg van de Noordwand van de Grosshorn, wij richting einstieg van de Lauterbrunner Breithorn Noordwand. Beide komen we smiddags op het hutje terug. Weer slapen maar, en veel praten.

Wat zijn de mogelijkheden wanneer het maandag nog slecht weer is?
Terug naar het dal? Of nog een dag wachten? Woensdag morgen moeten we in ieder geval weer beginnen met werk.
Maandag 04.00 uur, regen en dichte mist, de onzekerheid over het halen, van de top begint in onze gedachten te spelen.
10.00 uur Het heeft flink gesneeuwd, er zijn zelfs blauwe stukken in de lucht te zien ook de temperatuur is gedaald … het weer verbeterd.
We wachten tot de middag, verslechterd het weer, dan dalen we vanavond nog af richting Stechelberg, worden de vooruitzichten beter, dan blijven we en moet dinsdag de dag worden.

‘S middags trekt de bewolking geheel weg, er is weer hoop, we blijven. De twijfel is groot van te voren vooral doordat de wand een winterse aanblik heeft gekregen, het zal een stuk moeilijker zijn, onder deze omstandigheden, voornamelijk het onderste deel van de wand(het bolwerk genaamd), dat bestaat uit rots en ijs klimmen.

Dinsdag
04.00 uur. Eindelijk is het zover, na onrustig slapen, draaien.
Vaak dat je enige tijd wakker ligt, wetende dat de ander ook wakker ligt, maar toch praat je niet, je denkt beide aan de wand, de moeilijkheden die je staan te wachten, soms denk je aan fijne dingen die op je wachten in het dal, maar altijd blijft het beeld van de wand.

We staan op en zien de sterren aan de hemel, snel aankleden en water koken voor soep en thee. We proberen zoveel mogelijk droog brood weg te werken wetende dat daar de komende uren weinig of geen tijd of lust voor zal zijn. Gordels aan, helm op; alles kan maar alvast aan, dat scheelt altijd
weer een hoop ellende in het donker en de koude. Half slaapdronken vertrekken we richting wand, de oriëntatie is moeilijk in het aarde- donker zonder maanlicht. Ik struikel dan ook regelmatig, het is moeilijk warm worden.

Bij de wand aangekomen zoeken we naar de einstieg. Met stijgijzers en pickel en ijsbijl gaan we door mixed terrein. Af en toe één apparaat wegstekend in de gordel om één hand aan de rotsen te houden, in de andere hand de pickel. Het is lastig klimmen, vaak de onzekerheid of een stijgijzer of pickel zal houden in het ijs. Het vreet aan het psychische
gedeelte van de conditie, die onzekerheid.
Toch wordt het onderste gedeelte “het bolwerk” goed doorklommen.
Slechts één maal heb ik het gevoel ergens uit te vallen doordat een stijgijzer wegglipt, we zijn nog steeds niet aangebonden aan het touw daar zekeringsmogelijkheden erg klein zijn. Op deze wijze weten we ook een hoop tijdwinst te maken.

De totale wandhoogte wordt verdeelt in twee stukken. Het eerste gedeelte omvat het bolwerk, zo genoemd doordat het gevormd wordt door een grote rotsformatie, de lengte van dit gedeelte bedraagt ongeveer 550m. Het onderste gedeelte en het bovenste worden door de Oberer Breithorngletsjer met elkaar verbonden, deze gletsjer wordt ook gebruikt als instapvariant om het bolwerk te ontwijken. Het bovenste gedeelte bestaat voornamelijk uit gecombineerd terrein.
Wanneer we het bolwerk achter ons laten liggen en over de Oberer Breithorn gletsjer doorsteken naar het tweede gedeelte van de wand komt de wind opzetten, waarvoor het bolwerk ons geruime tijd beschermd. De wind is stormachtig en wanneer we voor de bergschrund staan willen we de mutsen opzetten, Wilco verliest de zijne.

De bergschrund vormt geen problemen en laten we snel achter ons. We klimmen nu ongeveer 150m in 55 graden ijs aan de linkerzijde van de rotsgraat, dan komen we in gecombineerd terrein, het valt niet mee
hier te moeten klimmen, stijgijzers die ineens van de rotsen afschieten en pickels die je denkt in ijs te slaan en afketsen op onderliggende rotsen en enkel een dunne plak ijs van de rots doen laten springen.
We klimmen richting graat, dit zorgt eveneens voor problemen door de grote sneeuwval, na 50 meter zien we rechts van de graat een lange ijsflank richting top lopen.

De wind is onverbiddelijk en begint ons aardig op te breken, vooral
de grote kolkende wolken met stuifsneeuw doen zeer aan in het gezicht. Het lichaam raakt vermoeid van het opvangen van de onregelmatigheid van de wind. Het tempo zakt.

Kapot ben ik.., helemaal kapot.. er lijkt geen einde aan te komen, de wand duurt maar voort. Wilco ligt zeker 100 meter vooruit, aan zijn regelmatig stoppen kan ik zien dat ook hij op zijn tandvlees bezig is. Ik probeer regelmaat te leggen en elke keer 5 passen te maken, dan even rusten, dan weer 5 stappen, elke keer weer die pickels inslaan met de stijgijzers oplopen. Dat is 1 dan 2,3,4, en 5, stoppen en verder 1,2 ….. eindeloos.

Regelmatig vraag ik me af of ik hier eigelijk wel zin in heb. Je wordt bijna ziek van de gedachte. Die wantrouwende gevoelens en vreemde ge-dachten verdwijnen dan steeds weer als je dichter bij de top komt, niet denken doorklimmen dus maar…

Ik kom achter een rots vandaan en zie Wilco staan, hij staat reeds op
de topgraat, hij roept wat maar ik kan hem niet verstaan. Ik probeer
mijn tempo iets aan te trekken, al wil ik nog zo graag het gaat gewoon niet sneller.

De wind beukt hier boven in de rondte, levensgevaarlijk op zo’n smalle graat, de ene keer van links, dan van rechts voor of achter.
Vaak moet je stilstaan en jezelf stevig vasthouden aan je pickel anders zou je uit evenwicht kunnen geraken. De laatste 25 m richting top over de graat.
We staan op de top, een vreemd gevoel maakt zich van je meester.
Van een kant zou je willen springen van blijdschap, maar daar ben
je veel te kapot voor aan de andere kant wil je naar beneden en zo snel mogelijk, maar het lijkt wel of het mooie uitzicht je gewoon doet blijven staan.

Ik roep tegen Wilco “we hebben het gehaald” Hij antwoord: “ja” …
We spreken voor de rest bijna niet en zijn gefascineerd door al de
bergen om ons heen, we hangen gebroederlijk tegen elkaar aan, door
de vermoeidheid en bang om uit evenwicht te geraken, het is koud
door de harde wind, steenkoud vooral Wilco die het zonder muts
moet doen ziet er beroerd uit.

Ik begin mijn fototoestel te pakken voor wat topfoto’s, één van Wilco één van mezelf en één van ons beidde. Het uitzicht is niet vast te leggen op papier door middel van inkt of licht zo mooi, de winterse aanblikken op de gehele omgeving, nergens andere klimmers. Nog altijd de stilte, één van ons roept “zullen we gaan……”? We gaan …
Nu de afdaling: eindeloos duurt het de westgraat af te moeten klimmen door de rotsen tot op de scharte, de dikke laag sneeuw die de rotsen afdekt maakt het er niet gemakkelijker op. Vaak staan we stil in een hoekje achter de rotsen om, al is het maar voor even, weg te zijn van die harde windstoten, we hangen dan tegen elkaar aan praten niet, wanneer we elkaar aankijken worden reeds boekdelen gesproken door de uitdrukkingen op onze
Gezichten van de vermoeidheid, de koude. Het tempo zakt verder.
In de Wetterlücke, de scharte tussen de Tschingelhorn en de Breit-
horn maken we ons gereed de Wetterlücken gletsjer af te dalen.
We besluiten niet de normale abstieg te nemen door de rotsen met
daarop volgend de Breithorngletsjer, de rotsen liggen nu onder een dikke laag sneeuw wat hinderlijk is met afklimmen, daarom kiezen we de Wetterlückengletsjer.

We houden links, opeens zak ik weg tot mijn oksels, snel weet ik
me nog met voetenwerk en rollen uit de spleet te werken, dit gebeurt meerdere malen achter elkaar en ik loop nog wel als tweede man.
Wilco voorop vervolgens volg ik met tussen ons in zo’n 8 meter touw.
We komen in de serac zone, we kunnen niet verder, abseilen moet de oplossing worden. Wilco wil abseilen aan een ijsbirne, bekijk het maar zeg ik, en begin een ijshaak in te slaan, je bent gek man zegt ie, zonde van het geld, welnee zeg ik en sla de haak geheel in het harde ijs.
We moeten toch zeker 5 touwlengtes abseilen, alleen bij de eerste touwlengte wordt een haak verspilt, bij de volgende lengtes kunnen we het touw om kleine ijstorentjes gooien, er volgt nog een grote gletsjer.
IJsgraatjes sneeuwbruggen, bij een sprong zak ik af en toe met één been in een spleet, de gletsjer is lang. We gaan richting rotsen, wanneer we dan eindélijk van de gletsjer af zijn ligt er voor ons nog vele honderden meters puin te wachten. We denken nog ruim een uur nodig te hebben voordat we het hutje weer zullen bereiken. We zijn nu al zo’n 15 uur onderweg en rusten nu steeds vaker en langer. De laatste puinhelling naar de hut lijkt wel een eeuwigheid, helemaal gebroken komen we boven.

De twee andere Nederlandse klimmers staan ons al op te wachten. Zij
hebben hun tocht halverwege de noordwand van de Grosshorn moeten
afbreken door slechte condities van de wand en de vele stuifsneeuw. Tijdens hun verblijf op het hutje hebben zij ons met verrekijker nauw- lettend in de gaten gehouden, bij overgang van gletsjer naar de
rotsen waren ze ons uit het oog verloren, ze waren reeds wat ongerust geworden doordat het lang duurde voordat we weer tevoorschijn kwamen.

Klimmers hebben zo onderling, ondanks dat men elkaar nauwelijks kent
een groot gevoel van respect voor elkaar en tevens verantwoordelijkheids gevoel, wat zich uit door de interesse die men voor elkaar heeft en
voor de te maken touren en tochten, je houdt elkaar in de gaten, wetende hoe groot de problemen kunnen zijn die zich voordoen bij beklimmingen
van noordwanden, het gaan over gletsjers met 2 man en dit alles buiten het seizoen.

Zij zijn blij ons weer te zien, wij nog blijer dat we op het hutje zijn.
We wisselen ervaringen uit over de beklimming. Het aantal mensen in
het hutje is uitgebreid met nog 2 Nederlanders en 2 Zwitsers.
We koken water voor warme dranken en eten de laatste korsten brood op.
We praten met de twee andere klimmers over hun plannen.

Het besef dat je boven op de top hebt gestaan drinkt nauwelijks tot je door, zelfs niet wanneer je erover praat. We pakken de rugzak en wanneer het donker is vertrekken we richting dal, nadat we onze twee metgezellen de hand hebben geschud “voorzichtig aan hé” “Ja jullie ook en de mazzel”
We komen nog langs een alm, de boer roept ons nog de goede weg toe wanneer we zijn hutje aan de verkeerde kant passeren, bedankt béste man roepen we in het Nederlands, hij zegt niets, steekt zijn hand op en lacht alleen.

In het dal verbreken we de rust wanneer we met de grote klossen bijna
rennend door de steegjes van Stechelberg richting auto gaan.
Hier ligt iedereen reeds lang en breed op één oor. Bij een telefoon
cel bellen we de ouders, Thuis hadden we een briefje neergelegd waarop
stond dat we gisteren reeds weer terug zouden zijn.

Bij de auto hebben we problemen met de accu, Toch weten we weg te komen
uit Stechelberg rond 00.00 uur. Onderweg wordt er veel gewisseld steeds

dommelen we weer in slaap. Om 10.00 uur komen we aan in Utrecht na aan de

grens een bekeuring te hebben gehad. Een heerlijk ontbijtje wacht op ons

in de binnenstad van Utrecht, Een broodje Mario en een ijsje, We hangen

tegen de brugleuning en lachen om de mensen die gehaast voorbijkomen op

weg naar hun werk of voor het doen van hun boodschappen.

Er schijnt een lekker zonnetje en als we zo tegen het hekje aanleunen en
over de gracht uitkijken met een vaag beeld op de passerende mensen en het stadslawaai doezelen we langzaam weg en beleef je de hele beklimming nog een keer en het besef dat je echt op de top hebt gestaan.

“had jij het daar ook zo moeilijk ? “ja” “jij ook dan”? Ervaringen worden uitgewisseld, vaak dat achteraf blijkt dat je het verschillende stukken allebei moeilijk hebt gehad terwijl er tijdens de beklimming absoluut niet over gepraat wordt.

We rijden naar …. huis ? ….