Mont blanc, majorfuhrer/ Sentinelle rouge (Italie) - Team Wilco Van Rooijen

Mont Blanc, Majorfuhrer - Sentinelle RougeMont Blanc Augustus 1990.

Het is snikheet in de lelijke eend, ik rijdt in Italie achter een Golf aan met Nederlands kenteken met in de wagen Wilco en Sander, we zijn op weg naar Entreves waar we Bob zullen ontmoeten. We komen uit Oostenrijk waar we in verschillende gebieden cursussen hebben geleid voor de bergsportvereniging. Onderweg rijden we nog een paar maal naast elkaar op de snelweg om al rijdende drinken door te geven.

Sander zetten we af in Entreves, hij zal hier Bob ontmoeten en zij zullen aan deze Italiaanse zijde omhoog gaan richting de Mont Blanc. Wilco en ik besluiten de auto eerst door de Mont Blanc tunnel te rijden en de auto neer te zetten aan de Franse zijde, dit zal later gemakkelijker zijn bij de afdaling.

Het doel van deze tocht zal worden: de top van de Mont Blanc. Met twee touwgroepen willen we twee verschillende routes beklimmen aan de Italiaanse zijde op de Brenva flank namelijk de Sentinelle rouge en de Major Fuhre.

’s Avonds komen we in Chamonix aan, we gaan bij de winkels nog snel op zoek naar wat tourenproviand voor de komende dagen zoals brood en natuurlijk de welom bekende paarse repen.

De weg die door het dal loopt snijdt Chamonix in tweeen, aan een gedeelte het dorp en aan de andere zijde aan de bergkant van de Mont Blanc een grote parkeerplaats, de eerste indruk is dat er een kermis opgebouwd gaat worden of dat er zigeuners op doorreis een nacht willen verblijven. Echter het is de plek waar klimmers met hun kampers vertoeven of slapen op hun matjes achter hun auto.

We pakken de rugzak zorgvuldig met betrekking tot materiaal, eten en overige klimuitrusting. Dan slapen, want morgen willen we met de eerste lift naar Aig. du Midi.

We staan om vijf uur op, eten wat en vertrekken richting lift waar het om half zes ’s ochtends reeds vergeven is van de mensen, een drukte van jewelste, wachten dus……. We kunnen met cabine nummer 3 omhoog.

Boven aangekomen op Aig. du Midi zijn we blij de grote mensenmassa te kunnen ontvluchten, door Glacier du Geant op te gaan richting het Ghiglione bivak. Waar de mensenmassa’s in zo’n korte tijd blijven weten we niet maar binnen de kortste keren zijn we weer geheel in rust…… de bergen.

We ontmoeten Sander en Bob op het plateau onder het Ghiglione bivak, zij gaan vandaag nog door richting Sentinelle Rouge (een grote rotspilaar “de rode schildwacht”) alwaar zij een bivak zullen maken zodat ze de volgende dag een hoop tijdwinst zullen hebben.

Het weerstation van Chamonix geeft echter nog een enkele bui aan met daaropvolgend drie dagen stabiel goed weer.

We nemen weer afscheid, Sander en Bob richting hun bivak onder aan de Sentinelle Rouge, Wilco en ik richting Fourche bivak. Wanneer we aankomen bij het Fourche bivak is daar nog niemand. Daar komt al snel verandering in en ’s avonds puilt het hutje dan ook uit van klimmers, velen van hen moeten de nacht zittend doorbrengen.

Buiten wordt het in de loop van de avond slecht weer, het waait hard en we horen lawines naar beneden komen, in gedachten zijn we bij Sander en Bob die nu ergens vreselijk kou liggen te lijden, als dat maar goed afloopt. Gelukkig staat de bivakplaats bekent als een die een goede bescherming biedt tegen lawines.

Als we ’s nachts om 00.00 uur opstaan om het weer te bekijken kruipen we snel terug op onze oude plek voor zover mogelijk met de drukte. De andere klimmers in het hutje komen allen voor de rotsgraat achter het bivak. De meeste keren bij het aanbreken van het daglicht terug richting dal.

Wilco en ik besluiten naar het Ghiglione bivak te gaan. We zien in de verte op Col Moore twee kleine puntjes, zouden het Sander en Bob zijn? Doordat ze langzaam voortbewegen kunnen we pas na enige tijd constateren dat de figuurtjes op de terugweg zijn.

We denken dat er wat gebeurt is doordat ze zo langzaam voortbewegen en langdurig rusten. We lopen de twee figuurtjes tegemoet op de Brenva gletsjer. Het moeten Ander en Bob zijn, we herkennen de kleuren van hun kleding daarna hun gestalten en dan de houdingen en gezichten.

Dat ze het zwaar hebben gehad is ze goed af te zien ze zijn dan ook tot de laatste naad verzopen en hebben het nog steeds koud ondanks dat het weer reeds is opgeklaard. Ze vertellen over hun ervaringen in het bivak en de voorbijkomende lawines, de kou en de vermoeidheid. Hun besluit staat vast, ze keren terug naar het dal waar ze eerst bij moeten komen.

Wilco en ik wachten het weer nog een dag af, wel verkennen we dezelfde dag nog de route naar de Sentinelle Rouge, het markante punt: de rode rotspilaar waar de twee routes zich splitsen.

’s Middags zitten we op het Ghiglione bivak waar nog een paar Engelsen zitten, die al sinds enkele dagen op de weersvoorspellingen zitten te wachten. We brengen het goede nieuws: de komende drie dagen stabiel. We lenen de brander van de Engelsen , onze brandstofvoorraad is geheel op en het eten wordt nu ook schaarser.

Twee Engelsen willen ook de Sentinelle Rouge gaan doen (fijn dat er ook andere bezig zullen zijn in de wand, je houdt dan toch altijd een beetje elkaar in de gaten.) We drinken veel warme dranken en gaan vroeg slapen.

Om 23.00 uur staan we op, het weer is goed, we drinken en eten wat ondanks dat de magen nog protesteren.

Het is 00.00 uur, we vertrekken het is koud buiten en het waait hard. In de verte zien we lampjes van de Engelsen die op ons voor liggen.

Op de gletsjer richting Col Moore gaat een van de stijgijzers van Wilco iedere keer los we proberen de snelbinding te maken er moet echter een prusiktouwtje aan te pas komen om het stijgijzer goed vast te snoeren.

Als we op Col Moore aankomen liggen de Engelsen niet ver meer op ons voor, Wij hebben echter het voordeel dat we de dag tevoren de route reeds verkent hebben en daar hebben we nu in het donker groot gemak van, en laten de Engelsen dan ook al snel achter ons.

Ik zie nu minder tegen de berg op dan vorig jaar, toen we in oktober ook een poging waagden. Toch went het formaat van een berg nooit, zeker niet wanneer het gaat over wandhoogtes van 1000 meter, meestal is het de moeilijke tijd van te voren dat je er tegenop ziet, wanneer je jezelf afvraagd of je de wand niet onderschat, meestal ben ik dan ook blij wanneer we weer onderweg zijn en in de wand zitten.

Al snel komen we bij de Sentinelle Rouge aan die we aan de linkerzijde passeren. We zitten nog steeds niet aan touw en het gaat snel, het ijs is goed, we vorderen goed in het donker we houden echter te veel links aan en komen in de Major Fuhre terecht (dit blijkt echter pas later wanneer de nacht verdwijnt en langzaam het daglicht opkomt).

We gaan de rotsen in, gevaarlijk en lastig klimmen, plots hoor ik boven mij gerommel van losse stenen, snel druk ik me tegen de wand en wacht af, een steen ketst op mijn helm af en verdwijnt in de diepte. Wanneer het weer rustig lijkt klim ik weer door, mijn nek voelt ontzettend zwaar aan, als ik in mijn nek voel blijkt er een grote steen op de klep van mijn rugzak te liggen.

Het terrein is hier mixed (rots en ijs, ijs over de rotsen) we gaan al snel naar het gevaarlijkere couloir rechts van ons dat aan de bovenzijde wordt afgesloten door een grote ijshang. Dit spaart ons echter een hoop tijd doordat we in het steeds steiler wordende ijs meer tempo kunnen maken dan in de rotsen.

Het wordt steeds kouder doordat de wind in sterke mate toeneemt. Iedere keer kunnen we de grote kolken met stuifsneeuw aan zien komen, zodat we dan even niet verder kunnen klimmen om niet uit evenwicht te raken. De stuifsneeuw pijnigt je gezicht, zelfs een goede afscherming van de ogen door een gletsjerbril zorgt nog voor de nodige irritatie.

Hogerop gaan we weer de rotsen in, de ijshang is al zeer dicht genaderd wat er tevens op wijst dat we in het bovenste gedeelte van de wand zitten. Een paar maal klimmen we een moeilijke passage in de rots,we klimmen op de rand van ons kunnen, we krijgen echter steeds meer behendigheid met het klimmen in de rots met de stijgijzers onder.

In mijn vingers heb ik al lang geen gevoel meer, in het begin nog een paar maal flinke pijn in mijn vingers, ik denk dat ze lichtelijk aan het ontdooien waren…… nu echter voel ik niets meer.

Het tempo wordt snel minder, wanneer we de laatste rotsen hebben gehad zit de eigelijke wand erop en rest ons de uitklim door de sneeuw nog.

Ik voel me misselijk en zou hier het liefst gaan zitten. De sneeuw is hier zacht en doet je iedere keer ver weg zakken. De storm doet je regelmatig uit je evenwicht blazen, gek wordt je van die herrie die de wind teweegbrengt, de pijn in je gezicht, de kou……

Eerst een pickel in de sneeuw rammen, dan voorzichtig stappen en vast blijven houden aan die pickels anders wordt je gewoon weg geblazen, vooral de onregelmatigheid van de wind is hinderlijk, hard…..zacht……keihard…..Pijn heb ik aan mijn gezicht en aan mijn handen, ik voel me rot en wil hier weg….. Ook Wilco komt bijna niet meer vooruit. De laatste meters duren lang en we strompelen samen richting top.

Op de top zouden we willen springen van blijdschap we staan echter enkel maar te staan, kijken elkaar aan en schudden de hand. De band is gelegd en zoals later in het jaar zal blijken en het volgende jaar zullen we samen nog vele grote (noord) wanden doorzwoegen.

Het uitzicht is boeiend maar blijft op grote afstand en is mistig in de verte en heeft daardoor iets onscherps, een uitzicht dat goed aansluit bij de gedachten in je hoofd, je beseft namelijk wel degelijk dat je op de top staat echter er blijft altijd wel iets vaags aan zitten voordat die “mist” is opgetrokken zijn er vaak al enige dagen voorbij en zit je reeds weer in het dal achter een grote sorbet, en luistert naar elkaars spannende momenten in de wand en de ervaringen.

We maken topfoto’s en gaan weer weg. De afdaling volgt het uitgestampte spoor van de normaalroute. We passeren nog twee maal een hut en lopen richting het middenstation waar we de baan nemen richting Chamonix.

’s Avonds komen we bij de auto aan en gaan direct slapen, de volgende dag kijken we vanaf een terras naar een bus die een lading Jappaners uitspuugt, eten van onze sorbet en zitten met de gedachten heel ergens anders.

Twee dagen erna een bezoek aan de huisarts, tweedegraads bevriezingen, een kwestie van tijd zegt de man en steriel afdekken.

Langzaam trekt de “mist” op in je hoofd……. En het wordt helder we hebben hem gedaan……de Major Fuhre……de Mont Blanc.