Dag 32 – summit push

Na slechts enkele uren rust zonder echte slaap begint Cas zich als eerste klaar te maken. Met zijn tweeΓ«n is onmogelijk. Ik probeer nog heel even wat rust te pakken. Dit gaat een hele lange koude nacht worden. Als Cas zijn schoenen aan heeft, gordel om en alles in zijn donspak heeft opgeborgen zoals camelbag, fototoestel, eten kruipt hij de tent uit. Nu is het mijn beurt. Eerst mijn elektrisch verwarmde sokken aan. Hiermee hoop ik mijn voeten de eerste uren op temperatuur te houden. Dan mijn schoenen aan met schapenwol, extra alu laag en speciale binnenschoen. Dan de gordel aan en alle extra in een licht gewicht rugzakje. Daarin gaan mijn video camera, thermos, extra accu’s, handschoenen. Eten en de Nalgene fles met sportdrank gaan in mijn binnen zakken van mijn donspak. Vervolgens kruip ik ook de tent uit en gaan we op weg. Het is inmiddels rond 21.00u. We zien in de verte al wat lampjes en beginnen aan de laatste maar tevens moeilijkste etappe. Het eerste stuk gaat nog redelijk makkelijk. Je hebt energie en het is niet al te steil. Maar na de eerste uren gaat het steeds moeizamer. Het couloir wordt steeds steiler. Bovendien kom ik maar moeilijk in mijn ritme. Enerzijds omdat door het gewicht van de spullen in mijn donspak mijn capuchon op mijn hoofd naar beneden wordt getrokken en daardoor mijn koplamp onder mijn capuchon steeds naar beneden wordt gericht. Anderzijds door de klimmers allemaal met zuurstof me opgejaagd voel. Ook Cas heeft daar last van. Dan moeten we uit het spoor om hun er langs te laten maar dat gaat heel langzaam en dan ben je uit je ritme. Afijn we klimmen gestaag uren door maar het gaat niet lekker. Ik irriteer me aan mijn rugzakje. Krijg steeds koudere voeten en ook mijn handen worden steeds kouder. Ik probeer dit laatste op te lossen door fleece onderhandschoenen aan te trekken in mijn donzen handschoenen. Maar het zit te strak en dus los het niks op. Bovendien kom ik zo moeilijk in de Jumar en mijn skistok. Dan maar weer uit. En ouderwets probeer ik mijn vingers maar te bewegen net als mijn voeten. Het is dodelijk vermoeiend. Maar er gebeurd een klein wondertje. Zomaar ineens krijg ik van een klimsherpa die met zuurstof klimt 2 warmhoud zakjes. Dat zijn een soort chemische zakjes die je in je handschoenen kunt schuiven en een paar uur warmte afgeven. Ik ben er reuze blij mee. In het donker kan ik niet eens zien van wie ik ze gekregen heb. Het couloir wordt steeds steiler en het klimmen gaat steeds moeizamer. Ik heb moeite Cas bij te houden. En dan zien we boven ons dat er oponthoud is. Er is blijkbaar discussie. Ik twijfel enorm. Ik voel dat ik kracht te kort kom. Opgeteld mijn koude handen en voeten ik laat Cas weten dat ik het super zwaar heb. We kijken waar we zitten. Het is rond 04.00u. We hebben er ruim 7 uur klimmen opzitten. We zitten op 7800m hoogte. Een klimtempo van rond de 60 hoogtemeters per uur. Nog trager dan op K2. Dit gaat nog heel heel lang duren. Ik ben er niet klaar voor. Ik geef aan om te keren. Cas is het met me eens. Geen discussie. En we zijn nog niet aan het afdalen of plots voelt Cas ook aan hoeveel moeite het hem kost om af te dalen. Mij gaat het afdalen gemakkelijk af. Cas heeft er plots erg veel moeite mee. Ik moet vaak op hem wachten wat alleen maar aan geeft dat we de juiste keuze hebben gemaakt. Het begint enigszins te schemeren en eindelijk is de koplamp na een hele nacht doorklimmen niet het alles bepalende gezicht. Tijdens het afdalen zie ik helemaal rechts in het ijs iets enorm fluoriserend. Bijna angstaanjagend want dit is geen natuurverschijnsel maar iets of iemand die vastgevroren in het ijs zit. Later vernemen we dat het een overleden klimmer betreft met al zijn klimgear aan.
Ook het afdalen valt tegen. We zijn nog maar niet zomaar terug bij ons kampje 4. Vooral het laatste uur valt enorm tegen. Cas zit ver achter me maar we volgen de vaste touwen en ik denk ik ga vast vooruit om de boel te organiseren zodat we vandaag verder kunnen afdalen. Hier blijven in kamp 4 in ons mini bivak zou ons verder leeg vreten qua energie. Ook ik moet om de paar honderd meter zitten zo kapot ben ik ook. Als ik eindelijk kamp 4 bereik denk ik slim te zijn en neer te ploffen in Marco’s grotere tent. Maar tot mijn grote verbazing ligt daar de 2e Sherpa van Marco. Hij blijkt die ochtend ziek te zijn en achtergebleven in kamp 4. Ik vraag hem om bij hem even op krachten te mogen komen net als mijn vriend Cas die er aan komt. Dat vindt hij prima. Even later kruipt Cas erbij en na 15 minuten gaan we de tent weer uit. We organiseren onze tent. Kijken wat we achterlaten en meenemen. We laten zoveel mogelijk achter anders moeten we straks alles weer omhoog sjouwen. We zien inmiddels in de verte nog twee mensen afdalen. Het blijkt Lolo de zeer ervaren Spanjaard te zijn met zijn Sherpa. We verlaten kamp 4, wensen de Sherpa beterschap en dalen af naar kamp 3. Dat lijkt appeltje eitje maar het is zeer inspannend. Geen fouten maken bij de afdaling, zeker niet met de touwen. Als we weer moe maar veilig aankomen bij kamp 3 is er niemand maar gaan pitten in onze tent. Echter blijkt dat onze MRS brander weg is. Potjandorie, lenen is prima maar zet hem wel terug! We zijn te moe om de andere tenten binnen te gaan. Na wat slaap en kleine restjes eten besluiten we de uitdaging aan te gaan verder af te dalen naar kamp 2. Het is nog in de ochtend dus ruim de tijd. Intussen zijn er meer klimmers aangekomen in kamp 3. Een Amerikaan uit Colorado spreekt ons aan. Of ik Wilco van Rooijen ben van de K2. Ik knik en ook Cas steekt zijn hoofd buiten de tent. Ja, ik ben Cas en zat in dezelfde film. De Sherpa van de Amerikaan vraagt of hij onze tent mag gebruiken. Cas en ik geven onze goedkeuring mits netjes alles weer achter te laten en geven aan dat onze brander weg is. De vriendelijk sterk ogende Sherpa bied gelijk aan onze Nalgene bottles te vullen voor onze terugweg. We dalen af en ieder op zijn eigen tempo gaan we stap voor stap richting kamp 2. Je ziet het lampje helemaal beneden ver richting het dal piepklein liggen. Als je je door dit perspectief laat bevangen ben je verloren. Dan begin je er niet eens aan als je de vermoeidheid voelt. Maar neen concentreer je gewoon op de eerste touwlengte. En dat doen we. Touwlengte voor touwlengte dalen we af. Wat ons motiveert is dat we een slaapzak hebben in kamp 2 en lager nog beter zullen slapen. Gelukkig is het mooi weer. Misschien wat te warm met de zon op de gletsjer maar beter dan ijskoude wind en mist. In het begin probeer ik nog wat te wachten op Cas maar hij is echt heel traag. Ik weet ook dat hij liever gewoon zijn eigen tempo bepaald en met de vaste touwen kan dat ook. Ik wil altijd toch zo snel als mogelijk naar beneden omdat daar de beloning wacht. Meer zuurstof en uitrusten in de tent. Als ik eindelijk kamp 2 bereik plof ik neer in de tent. Spreid mijn slaapmatje uit dat ik meegenomen heb uit kamp 3 en val al snel in slaap. Als ik wakker wordt kijk ik uit de tent of ik Cas al zie. Maar ik kan hem niet herkennen. Heel, heel in de verte zie ik 3 stipjes naar beneden komen. Daar moet hij wel tussen zitten maar wat een eind nog. Ik dus mijn gedachte dat hij niet in één van de spleten kan zijn gevallen en val weer in slaap. Pas na het wakker worden van mijn 3e slaapje staat Cas voor de tent. Hij is rustig en kruipt bij me in de tent. We hebben geen brander want die pendelde we op- en neer tussen kamp 2 en 3. Maar die is weg. Ik weet dat Cas dat ook weet en dat we dus allebei weten dat hier blijven geen optie is. We zullen door moeten naar BC. Nog weer een heel kolere eind maar dan zijn we ook weer waar we willen wezen. Maar je moet de motivatie wel kunnen opbrengen. Gelukkig Lolo met zijn Sherpa ook inmiddels kapot in kamp 2 en geeft zijn Sherpa aan zo’n 30 minuten rust te willen houden en dan verder af te dalen. Dan gaan we met zijn vieren. Na 30 minuten maken Cas en ik ons klaar maar Lolo is nog lang niet klaar. Ik vraag Cas wat hij wil en hij geeft aan rustig samen met Lolo en zijn Sherpa af te dalen. Cas geeft aan dat ik zelf lekker mijn eigen tempo moet gaan. Dan vertrek ik rustig richting het labyrint van ijs en daarna de steile klim naar de graad. Als ik aankom bij de steile klim merk ik dat mijn Jumar niet werkt op de deels bevroren touwen. Dan maar op mijn stijgijzers en met de hand omhoog. Echter ik merk dat er boven ook klimmers aan de touwen trekken. Ik heb alle tijd en wacht geduldig tot ze afdalen. Er komt van alles naar beneden. Stukken ijs, stenen etc. Gelukkig heb ik een helm op en hebben de projectielen geen consequenties. Dan blijkt het Nims te zijn met zijn Princess en Mingma met nog een klimmende Sherpa fotograaf. Nims bedankt me voor het wachten en vraagt waar ik vandaag kom. Ik geef aan vanaf 7800m, de laatste rotatie voordat we zonder extra zuurstof naar de top willen. Hij heeft veel respect voor deze uitdaging en wenst me succes. De zon gaat al onder en aan de andere kant van de graad richting BC pak ik de laatste zonnestralen. Ik ben ik dat ik nog net voor het donder het BC ga bereiken. Geen zin om nog weer de koplamp te voorschijn te halen. Ik tel de laatste stukken touw tussen de ankers en dan kom ik eindelijk onderaan de ijshellingen uit. Bij de grote gapende muil van de gletsjer. Gelukkig stort deze nog niet in maar op een dag zal het zo ver zijn. Even later loop ik de rotsen in waar twee keuken boys me opwachten met cola, bier, sap, thee. Ik neem een colaatje, drink een paar slokken en bedank ze vriendelijk. Ze zullen nog even op de andere moeten wachten maar ik wil voor het donder in het BC zijn. En zo geschiedde. In het BC aankomen is altijd weer een feest. Heerlijke melk thee, van alles te eten en straks een warm bed!